Gevoelige giften

Asiel&Migrantenrecht – tekst in pdf
Martijn Stronks, jurist en filosoof, oud-hoofdredacteur van A&MR en universitair docent aan de sectie migratierecht van de VU, gaat in zijn column in op de vraag wat een gift precies is. Bestaat er zoiets als een zuivere gift, of bevat iedere gift een element van uitwisseling?


Onlangs kreeg ik in de trein een klein oranje briefje in mijn hand gedrukt. Het begon zo: ‘Dans mon pays natal nous vivons en pauvreté et en oppression. C’est pourqoui je me suis refugieé vers un meilleur avenir pour moi et mes enfants’. Het briefje eindigde met de mededeling dat een gift ten gunste zou komen van de elektriciteitsrekening, en van mijn gezondheid. Tenminste voor dat laatste beloofde de mevrouw die het briefje had overhandigd te zullen bidden. Het bleef gissen naar het land waaruit ze was gevlucht, en onder welke onderdrukking ze had geleefd.

In mijn coupé werd voorzichtig gemopperd. Enkele mensen probeerden de vrouw nadrukkelijk te negeren, een meneer in pak zei streng en ferm ‘nee’. Maar nog voordat de dame haar ronde had afgemaakt klonk een barse stem door de intercom: ‘Dames en heren, er zijn bedelaars aanwezig in deze trein. We vertrekken pas als ze de trein hebben verlaten. Onze excuses voor de overlast.’

Wat is een gift? Bestaat er zoiets als een zuivere gift, of bevat iedere gift een element van uitwisseling? Over die vragen boog de Franse socioloog Marcel Mauss zich een kleine eeuw geleden in zijn studie ‘Essay over de gift’. Het is nog niet zo eenvoudig om een situatie te bedenken waarin een gift zich volledig onttrekt aan iedere vorm van wederkeer. Zo zult u doorgaans een cadeau op een verjaardag zelf willen overhandigen aan de gastheer of -dame, al is het alleen maar zodat deze weet dat u iets heeft meegebracht. Voor het cadeau krijgt u dan vaak waardering terug. Maar als u het cadeau stiekem achterlaat, zoals wel eens gebeurt door een bedrag over te maken naar een goed doel, is het dan nog wel een gift aan de  jubilaris?

Jacques Derrida heeft er fijntjes op gewezen dat de zuivere gift niet bestaat, omdat deze zijn eigen opheffing veronderstelt. Zodra een gift plaatsvindt, ontstaat er onvermijdelijk een relatie tussen gever en ontvanger. En daarvan zijn verwachtingen en onderlinge verhoudingen het gevolg. Vaak is dat ook precies wat de gever beoogt. Sterker nog, veel mensen geven een bedelaar niets omdat hij het geld slechts zou verkwisten. Een argument dat ook steeds vaker tegen ontwikkelingshulp wordt gebruikt. Goed beschouwd is de gift dan echter verworden tot een pure economische transactie: ik geef u iets, op voorwaarde dat u er iets goeds of nuttigs voor terug doet.

Toch zou de mevrouw in de trein vermoedelijk tevreden zijn met een economische transactie als deze. Het punt is ook niet zozeer dat we, als de zuivere gift onhaalbaar blijkt, op verjaardagen geen cadeaus meer moeten meebrengen. Of dat we vluchtelingen alleen bescherming moeten bieden, als we daartoe de zuiverste intenties hebben. Nee, als de gift zich nimmer in zuivere vorm voordoet, kunnen we er heus nog wel naar blijven streven. Daar worden we zelf ook beter van: het geeft uiteindelijk een beter gevoel dan treinen stilzetten vanwege de armlastige medemens – of elkaar overschreeuwen met strenge maatregelen tegen vluchtelingen.