Beschaamd vertrouwen

Volzin – tekst in pdf
Winnend essay voor prijsvraag van het tijdschrift Volzin, jaargang 2013.


hierbij vraag ik toestemming ongezien te blijven
hierbij vraag ik toestemming onmondig te blijven
hierbij vraag ik toestemming onwetend te blijven
Hans Groenewegen, ‘vragen aan de crisismanager’, van alle angst ontdaan

I.
Natuurlijk mag hij me wat vragen, deze man in groezelige spijkerbroek, een mountainbike aan de hand. Hij spreekt me beslist aan. Maar echt geloofwaardig klinkt het niet wat hij zegt. Hij beweert zich te hebben buitengesloten, zonder geld of plastic, juist nu hij acuut met de trein naar zijn werk in Haarlem moet. Of ik hem aan geld voor een treinkaartje kan helpen. Zijn gezicht zie ik voor het eerst, wat vreemd is voor iemand die zegt in de straat te wonen. Maar toch. Hij spreekt me zo ongegeneerd aan, terwijl ik met mijn zoontje op de arm sta, dat ik hem weifelend enkele tellen aanstaar. Kijk ik in het gelaat van een paniekerige buurman in nood of is hij een listige junk zonder schaamte?

Mijn twijfel ziende voegt de man, met de plotselinge alertheid van een visser die weet dat hij nú moet inhalen, haastig details toe aan zijn verhaal. In een bar werkt hij, en zijn fietsband is lek, en op 21 woont hij, begin van de straat, gek eigenlijk dat we elkaar niet eerder hebben gezien. Wat de doorslag geeft weet ik niet, maar ik zwicht. Mijn fiets laat ik voor de deur staan en ik ren met zoon mijn huis in om met 10 euro voor het treinkaartje terug te keren. De man bedankt uitbundig, maar verzucht dat dit helaas net niet genoeg is voor zijn reis. Zo’n treinkaartje kost immers 11,40 euro. – Wat!?! – Deze keer laat ik mijn zoontje bij hem achter en spurt naar binnen om hem nog een twee-euromunt toe te kunnen steken. Zijn dank is oneindig, zegt hij, vanavond nog krijg ik het bedrag in mijn brievenbus terug. Het dubbele, als ik wil.

Dan stapt de man op de fiets, met de rustige bewegingen van iemand die net is verlost van een zware last. Hij zwaait nog even naar mijn zoontje, om dan doodgemoederd over de stoep de straat uit te fietsen, de stad in. Het treinstation is de andere kant op.

II.
Als ik journalist Joris Luyendijk mag geloven op zijn in NRC geschreven woord, dan is er na de crisis van 2008 nog weinig structureels veranderd in financiële wereld. Een paar koppen zijn gerold, banken zijn onder overheidstoezicht geplaatst en een enkel uitwasbestraffend wetsvoorstel is aangekondigd. Op structurele wijzigingen van het systeem is geen enkel zicht. Luyendijk concludeert stellig ‘Wanneer het gaat om de financiële sector doen Westerse landen denken aan een junkie of alcoholist. Er is een enorm probleem, maar de verslaafde doet er alles aan om dat probleem niet te hoeven zien.’

III.
Een naïeveling ben ik, met het schaamrood op zijn kaken. Geld geven aan een wat ongure man is nog te billijken, maar mijn zoontje bij hem achterlaten, dat is domheid. Ik durf het voorval eerst aan niemand te vertellen. Uiteindelijk leg ik het aan een enkeling voor. De reacties zijn furieus; wat een gebrek aan schaamte van de man. Om iemand zo te bedriegen in zijn vertrouwde omgeving. En dan het lef om het bedrog te vergroten als de buit binnen is, dat is kille berekening.

Juist aan berekening schortte het mij. Ik had moeten doorvragen, details over zijn woning, zijn leven in deze buurt, het werk in Haarlem, zijn route naar het station. En als ik even had nagedacht had ik geweten dat een retour naar Haarlem zelfs in de eerste klas goedkoper is dan 11,40 euro.

De man maakte handig gebruik van mijn gêne. Zo wantrouwig wil ik immers niet zijn, zeker niet tegen iemand die zegt dat hij mijn buur is. Ten einde raad, zou ik in zo’n geval iemand wensen die me zonder vragen de hand reikt. Tegelijk speelde de man in op mijn ijdelheid: tegen een kleine betaling was ik zijn redder in nood.

IV.
Jarenlang leefden we in Westerse economieën op de pof. Met geleend geld werd gespeculeerd. Persoonlijk deden we dat voor hypotheken en vergrote bestedingsruimte, in een groter geheel voor het genereren van de schijnbaar zo broodnodige economische groei. Zo’n tweeregelige diagnose in column of essay klinkt geruststellend en overzichtelijk. Des te moeilijker is het in werkelijkheid om de vinger op de zere plek te leggen. De diagnose is dan ook niet zozeer die van een etterende wond, als wel die van een systeemfalen. Een venijnige kanker die zich door het hele lichaam heeft verspreid en dit lichaam met een gestaag tempo de dood in helpt. Het economische bestel is inmiddels zo gecompliceerd en zo verweven met vitale functies van onze samenleving, daar lijkt geen redden meer aan. Al was het omdat slechts een zeer klein gezelschap werkelijk kan overzien hoe groot het probleem is. Of misschien wel omdat het voor het transplanteren van een orgaan of het aanjagen van het auto-immuunsysteem gewoonweg te laat is. Doodziek en verslaafd mompelt deze economische moloch, misschien wel met zijn laatste krachtsinspanning, of ik mijn consumentenvertrouwen in hem wil herstellen.

Misschien dat vertrouwen slechts dan van node is, als zekere kennis ontbreekt. Wanneer ik een situatie volledig overzie, alle factoren en variabelen kan inschatten, dan weet ik hoe deze zal aflopen. Wanneer ik een pen loslaat, dan weet ik dat deze binnen luttele tellen op de grond ligt. Dat hangt verder niet af van mijn vertrouwen in de zwaartekracht. Nee, vertrouwen gedijt juist bij onzekerheid.

Toch gaan vertrouwen en calculatie hand in hand. Ik vertrouw iemand omdat ik denk te weten, dat hij dit niet zal beschamen. Een inschatting van risico’s is nodig om te bepalen of iemand mijn te geven vertrouwen waard is. Vertrouwen begint waar berekening eindigt.

VI.
Is mijn gêne over de gift aan de schaamteloze man dan ingegeven door een gebrekkige berekening? Eenvoudig had ik de gevaren kunnen overzien en kunnen weten dat ik met open ogen werd bedrogen. Ik had nader onderzoek kunnen instellen om mijn beslissing met bewijs te staven. Dit alles liet ik na, oog in oog met een man die een dringend beroep op me deed. Van het gelaat van de Ander in nood gaat een moreel appel uit, die iedere berekening zou moeten verdampen, houd ik me ter geruststelling de lessen van Emmanuel Levinas voor. En bedrieglijk of niet, deze man was in nood, zo sus ik mijn hardnekkige schaamte. Hij ziet dit bedrog vast niet als zijn levensvervulling. Een shot of een dronk is wellicht het doel, terwijl hij misschien zijn problemen niet meer overziet. Maakt dat eigenlijk uit? Mag ik niet gewoon iedere berekening achterwege laten en hem het zijne laten doen met mijn gift? Wat ik uit handen geef, ben ik kwijt.

Economie heeft me nooit echt in vervoering kunnen brengen. Te abstract, te ver van mijn bed. Voor het gelaat van een Ander kan ik me nog interesseren, een gedaanteloos economisch bestel roept weinig bij me op. Pas als het echt dichtbij komt, mijn hypotheek of inkomen raakt, dan kan ik me opwinden – zoals vermoedelijk bijna iedereen. Voor schaamte voor de algemene economische sores, mis ik simpelweg het inzicht. Dat laat ik graag over aan economen en politici. Nu bekruipt me echter het gevoel dat ook zij deze niet langer overzien. Is er nog wel een dokter die een accurate diagnose kan stellen? Als niemand nog een heldere berekening kan maken, wat is mijn vertrouwen dan nog waard?

Nee, dan de man op de fiets. Hij bezit overtuigingskracht, is alert op het juiste moment. Hij verschaft mij de voor vertrouwen noodzakelijke hoeveelheid kennis. En wat heeft hij me eigenlijk misdaan? Zag ik hem niet bij een fietsenmaker naar binnen gaan? Misschien dat hij eerst nog even zijn band plakte, voordat hij naar het station reed. Mijn zoontje misdeed hij helemaal niets, toen ik het huis uitkwam stond die hard te lachen om de gekke bekken die de man trok. Eigenlijk zou ik me meer moeten schamen voor het vertrouwen dat ik in de economie stel, dan voor mijn vertrouwen in de man.

VII.

goede anekdote                                                                                    -12,- euro
berekening van kans op inkomsten essayprijs                                5 euro (2% van 250,-)

————————–

prijs van mijn vertrouwen in de man                                               – 7 euro